donderdag 31 januari 2019

De omgekeerde wereld van het spruitje

Tijdens mijn zoektocht naar echt Nederlands eten, kwam ik al snel uit bij het spruitje. Wat is er immers Hollandser dan deze winterse bolletjes? Waarschijnlijk ben ik niet de enige die na stamppot en kaas al snel uitkomt bij deze groente.

In de literatuur blijkt het al niet anders. Zo schreef de Engelse schrijver Ford Madox Ford bijvoorbeeld dat "daar [in de Provence] geen kwaad meer heerst, want appels willen er niet groeien en spruitjes al helemaal niet." Spruitjes horen dus duidelijk niet in het Franse paradijs. En Elizabeth Davids - all time beste Britse kookboekenschrijfster - vindt de naam van deze kleine kooltjes alleen al zo saai, kleurloos en stoffig dat ze daarom niets met de zuidelijke keuken van doen hebben. Je zou denken dat zij het wel zal weten aangezien ze de autoriteit is als het gaat om de mediterrane keuken. 



Maar wat blijkt: het spruitje komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied. Het waren de Romeinen die het uiteindelijk meenamen naar het Noorden - wat extra vitamine C kan tenslotte geen kwaad als je een wereldrijk te stichten en vervolgens te verdedigen hebt. Eenmaal in de Lage Landen bleek het spruitje in de buurt van Brussel zo goed te gedijen dat het daar zijn naam "Choux de Bruxelles" vandaan heeft.

Het wordt echter nog gekker: het was een stel bourgondische Franse kolonisten die de bittere, groene balletjes exporteerde naar Noord-Amerika. Het waren niet de complexe wijnen, de smeuïge kazen en de verfijnde taartjes waar ze hun zeilschepen mee vulden en vol verwachting mee richting de Nieuwe Wereld voeren, maar spruitjes! En nu, na ruim 700 jaar, zijn de 'Brussels sprouts' daar weer helemaal hip en worden ze als superfood in shakes en salades verwerkt.


Kortom, het blijkt maar weer eens dat 'niets is wat het lijkt': het spruitje is warmbloediger dan ik dacht. Maar toen was ik al lang en breed aan het experimenteren geslagen om Nederlands collectieve trauma met de spruit naar de vergetelheid te koken (in het kader van dat trauma zeggen de titels 'De wraak van het spruitje' en 'Spruitjes en andere ongemakken" volgens mij genoeg).

In eerste instantie had ik weinig succes: in zijn geheel of fijngehakt, gestoomd, gewokt of gebakken: de boventoon bleef bitter en de geur deed nog steeds onmiskenbaar denken aan oude oksels.

De doorbraak kwam afgelopen weekend, toen de winter hier in Nederland eindelijk echt doorzette en onze straat bedekt was met een laag opgevroren sneeuw. In gedachte ging ik terug naar zuidelijker streken en kwam uit bij de tarte tatin van witlof die ik tijdens de kookworkshop van Mimi Thorisson leerde maken. Wat als ik haar recept nou eens aanpaste en de witlof verving door paarse spruitjes?


Op mijn instructie strooiden mijn dochters dus even later de met boter gevulde vormpjes kwistig vol met poedersuiker en dekten de spruitjes liefdevol toe met bladerdeeg. Na een half uurtje in de oven vulde ons kleine keukentje zich met zoete geuren. En okay, ook nog met een klein vleugje zwavel. Maar niets wat we niet aankonden en het was zeker niet de kleinburgerlijke, provinciale geur van een Nederlandse keuken in de jaren vijftig.


Ik kan dus met trots zeggen dat het experiment is geslaagd. Door poedersuiker toe te voegen, worden de zoete tonen in het spruitje versterkt en het beetje bitter dat nog doordringt, geeft juist een pittige bite aan de smaak van het taartje. Verre van bekrompen of saai!

Ik maakte de tarte tatins van spruitjes in eerste instantie in een muffinbakvorm. Je krijgt dan kleine eenhaps-snacks die je makkelijk als appetizers kan serveren tijdens een winterse borrel. Door kleine taartvormpjes te gebruiken zoals op de foto hierboven, wordt het meer een voorgerecht - lekker om daarna als hoofdgerecht iets met eend of gans te maken aangezien die smaken goed combineren met iedere kool.


 Tarte Tatin van paarse spruitjes
(of omgekeerde taartjes van Hollandse spruitjes)

Nodig voor 20 kleine hapjes of 10 taartjes

1 pak bladerdeeg
1 zak paarse spruitjes
ongeveer 125 gr roomboter
poedersuiker
spekjes en gehakte pistachenootjes om te serveren

Verwarm je over voor op 225 graden Celsius en leg je plakjes bladerdeeg op tafel om te ontdooien.

Leg in het midden van de vormpjes een stevige klont roomboter en strooi daar vervolgens flink wat poedersuiker overheen; een beetje zoals de besneeuwde stoep er vorig weekend uitzag toen ik op het idee van deze taartjes kwam.

Druk een paar spruitjes (ik gebruikte er vijf) stevig in de klont boter en strooi hier nog wat poedersuiker overheen.

Dek de spruitjes af met een lapje bladerdeeg en duw de randjes goed in. Zet de taartjes 20-25 minuten in de oven of tot ze goudbruin en knapperig eruit zien.

Draai de taartjes voorzichtig om zodra ze iets zijn afgekoeld. Bestrooi met de fijngehakte pistachenootjes en uitgebakken spekjes. Warm zijn ze het lekkerst dus gelijk serveren!




dinsdag 4 december 2018

De geur van de herinnering - verwarmende chocolademelk voor Sinterklaasvond

Normaal zette mijn moeder thee als ik uit school kwam. Steevast stond er dan rond vieren een ronde, glazen pot op een theelichtje op tafel, een paar porseleinen kopjes en een pakje mariakaakjes. Een moeder uit een kinderboek, maar dan in het echt.


Maar op dagen met weinig licht, woest langsrazende grijze wolken of trage, dikke druipregen maakte mijn moeder altijd warme chocolademelk. Het ritueel van het maken was al een feest op zich en vanaf de bar in onze open keuken keek ik verwachtingsvol toe hoe zij van slechts drie ingrediënten in een paar minuten zoiets heerlijks wist te maken.
Eenmaal oud genoeg om met het gasfornuis om te gaan, leerde ze me hoe ik van de suiker en cacaopoeder eerst een prutje in een beker moest maken met wat koude melk. Dan de melk zachtjes tot het kookpunt verwarmen; opletten om het niet over te laten koken - de magie van de plotseling razendsnel omhoogkomende melk en de geur van gekarameliseerde melk op de bodem van het pannetje. Langzaam en al roerend in de beker gieten. De geur van speciale middagen met mijn moeder.


De chocolademelk uit het recept hieronder maak ik alleen op speciale momenten. Hij is voller en machtiger. Verwarmend en stevig tegelijk. Een klein kopje is genoeg en hij is perfect voor Sinterklaasavond. En soms, als het weer en de gelegenheid er om vraagt, roer ik door de kopjes voor de volwassenen een klein scheutje cognac.


Trouwens geen Mariakaakjes bij dit recept maar Hollandse speculaasjes. Die zijn heel makkelijk zelf te maken en eigenlijk ook veel lekkerder. Maar ja, tijdgebrek is een rode draad in mijn leven op dit moment. Dus kocht ik een pak. Natuurlijk juist het exemplaar dat tijdens het vakkenvullen drie keer is gevallen. Minder feestelijk om te serveren. Ik loste het op door een restje chocola warm te maken en daar de speculaasstukken volgens de eeuwenoude Japanse Kintsugi techniek aan elkaar te plakken.


Warme chocolademelk 

Nodig voor 4 kleine kopjes

100 gr pure chocola, in blokjes
375 ml melk
125 ml vers gezette espresso
125 ml slagroom
1 eetlepel poedersuiker

Verwarm de chocola en melk au bain marie, af en toe roerend met een houten lepel. Voeg de verse espresso voorzichtig toe.

Klop intussen de slagroom met de poedersuiker lobbig - zeker niet te stijf maar wel dik genoeg om op de warme chocolademelk te blijven drijven straks.

Schenk de warme chocolademelk in de kopjes en schep er voorzichtig een lepel geklopte room op. Maak af met wat cacaopoeder of kaneel en serveer direct.



maandag 1 oktober 2018

Een jaar de Hollandse keuken in

Zullen we het eens hebben over Hollands eten? Ik heb thuis namelijk twee royale planken vol kookboeken. Maar opvallend genoeg gaan die eigenlijk voornamelijk over de Franse, Engelse en Italiaanse keuken. Julia Child en Mimi Thorisson uiteraard, Marte Marie Forsberg, Anna Jones, Gill Meller en The Great Dixter Cookbook, Ottolenghi en Skye Mcalpine, en ja gelukkig ook nog een dankbaar stapeltje Yvette van Boven. Maar dus niet echt iets over de traditionele Hollandse keuken.


Het zette me aan het denken. Heb ik voor gerechten uit de Nederlandse keuken gewoon geen kookboek nodig en verklaart dat het gebrek hieraan op mijn planken? Of kook ik alleen maar gerechten die hun oorsprong vinden buiten onze grenzen? En nu ik toch aan het nadenken ben: waar komen de producten eigenlijk vandaan die ik gebruik voor die gerechten? Van Hollandse bodem of worden die ook nog ingevlogen uit verre oorden?

Tijd voor wat culinaire introspectie. En wat blijkt? Mijn beeld van de Hollandse pot is niet heel positief: borden vol door elkaar gestampt voedsel voorzien van diepe kuilen vette jus. Saucijzen en zure haring (zeker niet mijn favoriet), dikke ballen grijs gebakken gehakt en doorgekookte sperzieboontjes bestrooid met een flinke snuf nootmuskaat. Ik kook dit dus niet.


Maar wat dan wel? Voornamelijk borden met Frans en Italiaans geïnspireerd eten - hoe kan het ook anders met de boekenstapel die ik hierboven noemde. Dit wissel ik af met "groente, aardappelen en vlees" en rijstgerechten. En ik let dus nooit op waar iets vandaan komt maar alleen of ik het er lekker uit vindt zien.

Dat kan anders. Het aanbod van eigen bodem is tenslotte bijzonder groot en smakelijk. En een beetje trots op de smaken en gerechten die hier al eeuwen meegaan, kan geen kwaad. Sterker nog, ik vind eigenlijk dat het daar wel eens tijd voor wordt.


En zo is afgelopen zomer, toen de mussen dood van het dak vielen en ik van bakken en koken niets moest weten, het voornemen geboren om het komende jaar mijn kleine stadskeukentje en de kookboeken in te duiken.
Op zoek naar de gerechten van Nederland en mijn eigen familie. Een familie waar de liefde voor lekker eten en gepassioneerd koken overigens dus gewoon al generaties als een rode draad doorheen loopt. Ik kan verhalen vertellen over middernachtelijke sessies mayonaise kloppen, het bakken van vitrage-dunne kletskoppen die de koektrommel nooit haalden, uit nood geboren gerechten die uiteindelijk als signature dish eindigden en anekdotes in de familiekeuken die nog steeds als gevleugelde uitspraken terugkomen in mijn dagelijks taalgebruik.


Aan smeuïge verhalen dus geen gebrek. Maar het bedenken of vinden van geschikte recepten is voor mij onbekend terrein. Gelukkig is daar Denise die heeft aangeboden mij op mijn culinaire zoektocht door de Hollandse keuken wel te willen helpen. Wat zij ziet of proeft, tovert zij schijnbaar moeiteloos om in geweldige smaakcombinaties en de meest prachtige borden met eten. Dat komt dus ook wel goed.

Voor deze eerst stap heb ik echter zelf nog wat in elkaar gedraaid - niet heel spannend maar wel kraakvers en prachtig op je bord: een frisse salade van snijbiet die ik die ochtend gekregen had van mijn moeder, vers geplukt op haar volkstuintje. Met een handjevol Hollandse tomaatjes, wat verkruimelde jonge geitenkaas en een appeltje er doorheen een heerlijke lunch. Het begin is er!



Friszure snijbiet salade uit de moestuin

Nodig voor een klein schaaltje
een paar stengels snijbiet, stengels en blaadjes klein gesneden
rucola
2 tomaten
1 appel
zachte geitenkaas
handje hazelnoten
extra vierge olijfolie
citroensap
peper en zout

Rooster de hazelnoten een paar minuutjes tot ze mooi goudbruin zijn. 

Snijd ondertussen de snijbiet klein. Van de stengels kan je kleine blokjes maken en ik zorgde dat de blaadjes ongeveer zo groot waren als de rucola. 

Meng alles door elkaar en besprenkel met de olijfolie, het citroensap. Maak af met peper en zout naar smaak.


dinsdag 7 augustus 2018

Als je huis een oven is

Eind juli, een supermarkt ergens in Frankrijk. Buiten een blistering 35 graden maar binnen aangenaam koel. Elk gangpad een ontdekkingsreis: lange rijen met glazen potjes en blikjes vol mysterieuze ingrediënten met uitnodigende etiketten en klinkende Franse namen erop. Escargot à l'ail, terrine de campagne avec foie de volaille à l'armagnac en rilette de porc à l'ancienne. Kratten vol prachtige verse groentes waar ik in Nederland alleen maar van kan dromen. Courgettes in verschillende vormen en kleuren, zoet ruikende pruimen in paars, groen en geel, verse boontjes, twaalf soorten sla en zoveel verschillende tomaten. Het is duizelingwekkend!


En toch koop ik bijna niets. Zoals ieder jaar in de zomervakantie. Bevangen door de hitte en onzeker geworden van de elektrische kookplaatjes en magnetron die ik thuis allebei niet heb, kom ik iedere keer weer met alleen maar een bos radijsjes, een pakje beurre demi-sel en wat kaas en brood uit de hysterisch grote supermarkt naar buiten. Of meloen met ham als ik goede moed heb.

Toch ben ik thuis altijd vol goede voornemens om het dit jaar helemaal anders aan te pakken. Ik verzamel makkelijke maar smaakvolle recepten, pak mijn beste snijmesje in en vorig jaar zelfs mijn kleine magimixertje (helaas zonder het snoer waardoor zelfs van de simpelste, zelfgemaakte pesto niets terecht kwam). Maar eenmaal in het vakantiehuisje of de glamptent slaat de apathie toe. Zelfgemaakte salade van verse krab met venkel en appel? Coquilles met pasta en chili? Laat maar. Liever een glas rosé en een stokbroodje boter met ham.


Kortom, van koken in de zomer moet ik het niet hebben. Getuige ook mijn opmerkelijke non productie tijdens de recente hittegolven in Nederland. En ik denk dat ik niet de enige ben.

Daarom een makkelijk recept met tomaten. Nu volop te krijgen van eigen bodem en eindelijk smaken ze zoals het hoort: zoet en aromatisch. Naar zomer in een soepel rood jasje. Het recept is, zoals wel vaker hier, van Mimi.


Franse tomatentaart van Hollandse tomaten

Genoeg voor ongeveer 6 personen

hartige taart deeg (uit het koelvak van je supermarkt, hoewel zelfgemaakt natuurlijk lekkerder is)
halve kilo rijpe tomaten in plakjes gesneden
2 eetlepels tomatenpasta 
1eetlepel grove mosterd
1 eetlepel honing
1 balletje mozzarella
wat blaadjes basilicum
60 ml extra vierge olijfolie
zeezout en vers gemalen peper

Verwarm de oven voor op 180 C. Meng in een blender de basilicum, de mosterd, 2 eetlepels olijfolie en wat peper en zout tot een pasta.

Doe het kant-en-klare deeg in een bakvorm en prik gaatjes in de bodem. Smeer de tomatenpasta erover uit, gevolgd door de basilicumolie. Leg hier de plakjes tomaat in een mooi patroon in 1 laagje op. Sprenkel nu de honing en de rest van de olijfolie erover. 

Zet ongeveer 35 minuten in de oven tot de taart goudbruin is. Leg er voor je hem serveert nog wat plakjes van de mozzarella en wat blaadjes basilicum op.



No English this time, I'm sorry. As you will probably have noticed, I translate everthing myself - and it's just so hot right now that I really must go for an icecream to stay sane. Maybe later...

-xxx-


zondag 7 januari 2018

Kerstcircus

Net als ieder jaar was ik ook deze keer weer vergeten dat de decembermaand, met al zijn festiviteiten in- en buitenshuis, eigenlijk gewoon de drukste maand van het jaar is. Niet alleen vieren we Sinterklaas en de verjaardag van de meisjes (wat door een sluwe speling van het lot ook nog eens op dezelfde dag valt), maar ook nog eens vele kerstactiviteiten.
Alleen al van de basisschool staan er vier vieringen op het programma - tel daar de festiviteiten van twee verschillende middelbare scholen en de kersthappenings van mij en meneer-de-echtgenoot bij op en je hebt een maand waarin je je als een hamster in zo'n rad voelt: je moet blijven bewegen anders val je met een zwierige zwaai hartstikke om.


Gelukkig vond ik ook nog de tijd om de jaarlijkse kerstfoto's te maken - de meest geslaagde verwerkte ik tot onze kerstkaart. En tijd om te experimenteren in de keuken.
Zo maakte ik geurige gingerbreadmannetjes, een heerlijke salade van aardperen en radijsjes en stylde ik een tafel voor een kleurrijk kerstontbijt met prachtig porseleinen borden en schaaltjes van Het Derde Servies. Een heerlijk adres om lekker te snuffelen en waar je altijd met iets vandaan komt als je net als ik van vintage servies houdt.



En toen ging het ook nog sneeuwen...twee donzige witte dagen lang. Precies lang genoeg om wilde sneeuwballengevechten te houden en een knisperfrisse ijspoppenfamilie te rollen in de voortuin. Die na een dag alweer gesmolten waren. Gelukkig - zodat we niet door een laag bruine sneeuwpap hoefden te ploegen om onze kerstinkopen te doen.

Dus ja, het was druk, het was hectisch, het was een gekkenhuis...maar wel een heerlijk gekkenhuis. Het was ons eigen familiecircus, in ons knusse stadshuisje hier in Rotterdam. En ik heb genoten van elke minuut. Dus laat 2018 maar komen!



Each year I'm surprised at how busy the month of December actually is. Not only do we celebrate the birthday of the girls, but also Sinterklaas (both on the same day unfortunatelly) and a lot of Christmas celebrations on all the different schools and the offices of me and the husband. I always feel like a hamster in a spinning wheel: you have to keep moving or you will fall of.

Luckily I also found time to make the annual familyportrait and to experiment in my wee kitchen. I baked gingerbreadmen, a delicious salad of Jerusalem artichokes and styled a colorful breakfast table with vintage tableware of Het Derde Servies, a beautiful and charming shop in Rotterdam.  


 And then it snowed...two glorious white days. Just long enough to throw snowballs at each other and built a frosty snowmanfamily in our frontyard.

So yes, it was busy and grazy and a madhouse. But it was our own madhouse, in our own wee cityhouse here in Rotterdam. And I loved every minute of it! Now let's see what 2018 will bring. 


"And now we welcome the new year. 
Full of things that have never been."

donderdag 16 november 2017

Stoofperen to brighten up your days



Op zo'n grijze dag als vandaag kan je je bijna niet meer voorstellen dat het een paar weken geleden nog heerlijk nazomerweer was - met warme zonnestralen, korte mouwen en groene boomtoppen. Mijn vorige blog over een warme middag op een Frans chateau past daar prachtig bij, maar nu is het toch echt tijd voor iets anders.

Nu de dagen flink korter zijn en de zon zich soms hele dagen niet laat zien, moet ik op een andere manier aan mijn dagelijkse portie energie en inspiratie zien te komen. Bijvoorbeeld door in de leunstoel in mijn erker weg te kruipen in een dik boek (ik ben net begonnen met het herlezen van dit boek, heerlijk traag) met een kop thee binnen handbereik of door, als het niet regent, een wandeling te maken in het park om de hoek of (als ik meer tijd heb) in een echt bos.

Daar zijn de bomen en struiken nu op z'n mooist met een felgeel, rood of oranje bladerdak en daaronder een tapijt van knisperende blaadjes om doorheen te banjeren. En vandaag vond ik zelfs nog takken vol knalrode bramen die helaas niet meer rijp zullen worden maar wel een prachtige foto opleverden. Inspiratie is echt overal.

Maar soms is er geen tijd voor een boek of wandeling. Maar gelukkig zijn er dan altijd nog boeken vol heerlijke recepten die ik eens wil uitproberen. Zo heb ik de afgelopen weken verschillende recepten voor stoofpeertjes getest. Rode, witte en nog meer witte. Net zo lang tot ik uiteindelijk uitkwam bij het perfecte stoofpeertje - het maakt zelfs een doodgewone, doordeweekse dag met grijze wolken en een stoot huiswerk of strijk tot een bescheiden feestje.



Gouden stoofpeertjes

Nodig voor 6 personen

6 kleine stoofpeertjes (bijvoorbeeld Gieser Wildeman)
1 citroen
1 lt witte wijn (ik gebruikte een Chardonnay vanwege de vanille en botertonen)
500 ml water
200 g suiker
1 tl kurkuma
1 vers laurierblaadje
1 el maizena

Doe de wijn, het water, het sap van de citroen samen met de twee uitgeperste helften, de suiker, kurkuma en het laurierblaadje in een grote pan met dikke bodem en breng aan de kook. Schil ondertussen de peertjes en snijd de onderkant recht zodat ze straks netjes rechtop blijven staan in de pan. Ik laat het klokhuis altijd gewoon zitten maar als je dat ingewikkeld vindt eten straks, dan is het handig om die er nu uit te halen. 

Zet de peertjes voorzichtig in de pan en stoof ze een uurtje tegen de kook langzaam gaar.

Schep de peertjes voorzichtig uit de pan, haal de citroenhelften en het laurierblaadje er ook uit en voeg de maizena toe (eerst een papje maken met koud water in een apart bakje!). Laat het geheel nu nog 2 minuten doorkoken zodat het vocht licht bindt en glanzend wordt.

Zowel koud als warm heerlijk! Met bijvoorbeeld wat speculaaskruimels en een grote lepel slagroom.



On a grey day like todays, it's hard to imagine that only a few weeks ago the weatherfelt like summer - with warm rays of sun, shortsleeves and green treetops. My last post about a warm afternoon at a French chateau matched wonderfully well with that, but now it's time for something different.

Now the days are shortening and the sun sometimes doesn't show itself for days, I have to turn to other things for my dose of daily energy and inspiration. For example by curling up in my favorite armchair with a big book and a cup of aromatic tea or by taking a stroll in the park around the corner (which looks, by the way, surprisingly like a Bob Ross painting in autumn) or through a proper forest if I have the time.

Because right now the trees and bushes are looking their best with their yellow, red or orange foliage and the tapastry of crisp leaves on the ground. Today I even found branches full of red brambles which probably won't ripen anymore but gave a great photo opportunity. Inspiration is everywhere.

But sometimes there's no time to read a book or take a walk when you have a day job and four kids. Luckily I have a lot of beautiful cookbooks filled with ore recipes than I can ever make. So in the last weeks, I tried different recipes of poached pears: red and white ones and beautifully golden. Until I found the perfect one  - it gives you the most perfect golden pears that can brighten up even the most ordinairy weekdays packed with grey skies, homework and dishes.

zondag 1 oktober 2017

Een middag in de tuinen van Chateau Larrivaux

De afgelopen dagen waren heerlijk - zonnig en warm. Maar 'my, oh my', die weken daarvoor. Laten we zeggen dat ik genoeg tijd heb gehad om binnen met een glas rode wijn te mijmeren over mijn dagen in de Medoc dit voorjaar.

Helaas geen wijn van Chateau Larrivaux, het chateau waar ik en de andere deelnemers van de Manger workshop een fabuleuze middag hebben doorgebracht met een picknick onder eeuwenoude bomen. En waar we als kers op de taart zowel de wijnkelders als het oude chateau zelf mochten bezichtigen - ik vond het een van de hoogtepunten van mijn paar dagen in de Médoc!

Ik ben geen wijnkenner maar ik weet sinds die middag wel dat Chateau Larrivaux heerlijke wijn produceert, een AOC Haut-Médoc, die perfect paste bij de door Mimi bereidde gerechten.

Geen recept deze keer (hoewel we de tarte fine au citron aten en die hier dus wel heel toepasselijk is  - overigens niet met de wijn waar ik het over heb hier), maar een verzameling foto's om zodat je zelf over het landgoed kan dwalen. A la votre!






The weather was wonderful the last few days, sunny and warm. But 'my, oh my', the weeks before were terrible. Let's say it was the perfect backdrop to dream about my days in Médoc  with a glass of perfect red wine within reach.

Unfortunately it wasn't wine from Chateau Larrivaux, the chateau where I and my fellow participants of the Manger workshop spend a wonderful afternoon picknicking in the shade of century old trees. As an absolute 'cerise sur le gâteau' we were able to visit the winecellars and the old chateau itself - it definitely was one of the highlights of my days in Médoc!

I'm not an expert on wine but since that afternoon I know for sure that Chateau Larrivaux produces excellent wine, an AOC Haut-Médoc, which paired perfectly with the dishes that Mimi made for us. 

No recipe this time (although we ate a lot of the tarte fine au citron that afternoon and it might be appropriate - however not with the red wine I'm talking about) but some photos so you can wander through the estate yourself. A la votre!