Posts tonen met het label voorjaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voorjaar. Alle posts tonen

woensdag 29 maart 2017

Lichtpuntjes

Best knus die loom bewolkte dagen waarop je een goed excuus hebt om thuis weg te kruipen in je stoel met een boek vol verre avonturen en thee binnen handbereik - maar liever niet twee maanden lang. Dan duren die gestapelde wolkenluchten in veelkleurig grijs me toch te lang en ga ik op zoek naar lichtpuntjes. Kleine geluksmomentjes om de dagen wat aangenamer te maken zodat ze in mijn herinnering niet samenvallen tot een kluwen vol wind, natte sokken en hangerige kinderen. 


Op internet circuleren bovendien al weken fijne plaatjes van sneeuwklokjes, pastelerige primula's of bloeiende wilde knoflook (#springhasarrived) terwijl ik dan alleen nog maar bruine dorre takken en mos zie in mijn stadstuintje. Ik ben dus niet de enige die vol verwachting uitkijkt naar de eerste bloesemknopjes of krokussen. 

Omdat het me dit jaar gewoon veel te lang duurde, ging ik op zoek naar wat anders om mijn dagen mee op te fleuren. 

En dus kocht ik een handjevol passievruchten: zonnetjes in vermomming. Zo op het eerste gezicht zien ze er immers uit als een paar vermolmde knollen maar eenmaal open is het genieten van de intens zoete geur en de verrassende smaak van die vrolijk gekleurde pitjes. Op zich al een feestje om gewoon zo uit te lepelen, maar ik maakte er passievruchtenpuddinkjes van naar een recept van Nigel Slater.


De puddinkjes bleken perfect om een winters avondmaal mee af te sluiten. De ultieme remedie tegen donkere lange dagen en winter blues. 

En niet veel later kwamen toen gelukkig ook de eerste lentebloemen - met als hoogtepunt een veld vol narcissen bij ons om de hoek. Goud gekroonde sterretjes, wuivend in een zacht lentebriesjes: #hetislente!



Passievruchtenpuddinkjes (Nigel Slater, Uit: Keukendagboek 2)

Nodig voor 6 kleine kopjes of glaasjes

8 rijpe passievruchten (hoe gerimpelder, hoe rijper!)
250 ml slagroom
150 gr suiker
20 ml vers citroensap

Snijd de vruchtjes doormidden en pers het sap eruit door in een zeefje de pitjes kapot te wrijven. Zet het sap koud weg.

Breng in een pannetje de room en de suiker aan de kook en laat zachtjes drie minuten al roerend doorkoken.

Doe het citroensap in een maatbeker en vul dit aan tot 45 ml. Neem de room van het vuur en voeg het citroensapmengsel toe (en eventueel wat pitjes voor wat textuur in je puddinkjes). Laat even staan om een beetje at te koelen en giet dan in de glaasjes. Laat een paar uur opstijven in de koelkast.

Voor het opdienen kan je nog wat extra sap op de puddinkjes gieten. Ik deed er wat gedroogde rozenblaadjes als kleurig accent.


They can be quite cosy, those overcast days. They offer a perfect excuse to curl up in a comfy chair and read books about adventures far away while a cup of steamy tea is at your fingertips. But two months is to long. Than these cloudy skies in colorful gray invite me to go and search for some bright spots. Wee happy moments to brighten the days.

On the internet people are already euphoricly sharing pictures of tiny snowdrops, soft colored primroses and flowering wild garlic - #springhasarrived. But when I look outside all I can see are brown branches and moss in my wee citygarden. Apparently I'm not the only one longing for the first signs of spring.

But this year I just couldn't wait any longer. So I looked for something else to brighten my days and bought a handful of passion fruit. Little suns in disguise: on the outside they look like old turnips but on the inside they're pure delight with their sweet scent and tropical taste. A feast to eat just like that, but I made them into small pudding using a recipe by Nigel Slater. 

They were perfect to end a hazy diner. The ultimate cure to long, dark days and winter blues. 
And luckily, not long after, the first springflowers arrived - with a beautiful field of daffodils just around our corner as a highlight. Golden crowned stars, waving in a gentle spring breeze: #itsspring!






dinsdag 22 maart 2016

Maandagochtendplaatjes

Gewoon zomaar wat plaatjes die ik gisteren maakte. Het licht was niet bijzonder - maar als je goed kijkt is er altijd wel wat moois te vinden. De lente wordt zachtjes wakker met sprietjes en in pasteltinten.



Ik snoof de frisse lucht op, luisterde naar het gefluit van de voorjaarsvogels en plukte wat dappere, kleine bloempjes om ons huis mee op te kleuren. Wat natuurlijk eigenlijk niet mag - wild plukken - dus bij elke volwassene die ik tegen kwam op mijn pad, was ik bang voor een boze reprimande.

Gelukkig was iedereen vooral met zichzelf bezig (wat ik normaal heel vervelend vind, maar nu dus niet) en nu heb ik dus een klein kopje Hollands lentegeluk op mijn schouw staan.

woensdag 1 april 2015

Rabarber, rabarber, rabarber

Ineens realiseerde ik me dat mijn blog langzaamaan steeds meer foodfoto's en recepten bevat. Ik heb er een tijd over na zitten denken: is dat wel de kant die ik op wil? Ik ben dit blog tenslotte begonnen als uitlaatklep voor de chaotische drukte in ons gezin met vier kleine kinderen, bijzondere kantoorbaan en twee katten: vandaar het "Circus" - en voor wie het nog niet weet, " Edgar" is de naam van een van de katten. 
Maar inmiddels loopt alles wat gestroomlijnder (zegt de vrouw die net een half jaar thuis op de bank heeft gezeten om tot zichzelf te komen...) en heeft mijn blog blijkbaar een ander doel gevonden zonder dat ik dat zelf door had. 'Shoot what you love' en 'Do more of what makes you happy' in de praktijk gebracht zonder dat ik me daar bewust van was.  
Eigenlijk wel heel mooi. Dus ik denk dat het een logische stap is. Ik word nou eenmaal blij van het fotograferen van eten. Het praat niet terug, het wordt niet moe of chagrijnig van eindeloos poseren (hooguit wat slap en ingezakt maar daar zijn trucjes voor) en het klaagt niet over 'bad hair days' of 'dat ik altijd zo raar op de foto sta'. 

En rabarber stond al heel lang op mijn lijstje van te fotograferen eten. Waarom? Omdat ik het de meest sprookjesachtige groente vind die er bestaat: knalroze stengels en van die grote, groene bladeren waar met gemak een heel kabouterdorp onder kan schuilen voor schaterende trollen of grimmige regenbuien. En die lekker rollende naam: "rrra-barrr-berrr" (Mathijs van Nieuwkerk 'eat your heart out'!). 


Het schijnt dat mijn ouders in het toneelklasje van Peter Faber in de jaren zestig als tip kregen om achter elkaar "rabarber, rabarber, rabarber" te zeggen als ze met slechts anderhalve hippie en een paardenkop een menigte moesten uitbeelden. Probeer het maar, het werkt echt! Een hoop geroezemoes, maar je verstaat er niets van (wat ook handig is als je baas onverwachts langs loopt als je eigenlijk moet vergaderen over het gendermainstreamen van beleidskaders terwijl je in werkelijkheid de amoureuze escapades van een collega in de kantoortuin doorneemt).

Rabarber dus. Het is volgens mij ook een beetje de 'must have' groente onder de foodies in het vroege voorjaar. Iets met friszure smaak enzo. Ik was in ieder geval benieuwd en heb met de aanstormende Pasen in mijn hoofd een rabarberprosecco gemaakt voor bij mijn brownie-cupcakes met marshmallow-topping (overigens, marshmallow! Ook al zo'n fijn fotogeniek ingrediënt- want pastel en wolkerig met een heel licht korrelige structuur).


Het recept voor de rabarberprosecco haalde ik uit een oude Jamie Magazine; ik ben tenslotte fotograaf, geen kok. Wat ook maar weer eens bleek toen de marshmallow-topping zich ontpopte tot een zachtroze wolf in stopverfachtige schaapskleren. Een gevaar om te eten, maar prachtig op de foto!


Rabarberprosecco

Nodig voor iets meer dan 1 liter
4 rabarberstengels, in blokjes van ongeveer drie centimeter
1 stukje verse gember, geschild
1 el suiker
1 dl water
1 fles gekoelde prosecco

Doe alles (behalve de gekoelde prosecco uiteraard; laat die gewoon nog even iets koeler worden in de koelkast) in een pannetje en laat het mengsel vervolgens ongeveer vijf minuten zachtjes pruttelen op het fornuis. Laten afkoelen en dan de gember verwijderen. 
Zet nu de staafmixer voorzichtig op de gekookte massa - tenzij je later op de dag nog aangesproken wilt worden door wildvreemde mensen in de supermarkt met 'er zitten allemaal draadjes op je trui', dan kan je gewoon ongegeneerd los gaan.
Voor het serveren de glazen voor een kwart vullen met het rabarbermengsel en bijvullen met koude prosecco! Heerlijke bubbels met een "friszure" smaak! Bij voorkeur te genieten met uitzicht op de skyline van een wereldstad...maar de paastafel met schoonfamilie is uiteraard een goede tweede.


En dan de brownie-cupcakes. Het recept hieronder is prima, maar ik raad je aan om de bovenkant gewoon te voorzien van zachtroze botercrème of glazuur met een druppeltje rozenwater. Of smeerbare marshmallow uit een potje.
De rozenblaadjes nam ik mee uit Edinburgh en zien er ook prachtig uit maar smaakten naar vouwblaadjes. Waarschijnlijk zijn verse, onbespoten exemplaren stukken lekkerder.  


Brownie-cupcakes

Nodig voor ongeveer 8 cupcakes
60g donkere chocola, in stukjes
60g ongezouten roomboter, in blokjes
60g fijne suiker
1 ei
35g gezeefde bloem
1 1/2 eetlepel cacaopoeder
een snufje bakpoeder

Verwarm de oven voor op 160 graden en laat ondertussen de boter en chocola au bain marie smelten. Schenk jezelf vast een glaasje rabarberprosecco in. Mix de suiker, de bloem, het cacaopoeder, het bakpoeder en het ei door elkaar. Giet het afgekoelde (!) chocolademengsel erbij en roer door elkaar. Giet het mengsel in cakevormpjes die je in een muffinbakblik hebt gezet. Ongeveer 12 minuutjes laten bakken, afkoelen en versieren maar!


En voor de oplettende lezer die zich afvraagt wanneer de glamourfoto's van die rabarber nou eigenlijk komen: de slappe, gebutste stelen die ik bij de plaatselijke supermarkt vond, bleken geforceerd en helemaal niet zo fotogeniek te zijn. Vandaar dus slechts die ene foto. 
Maar het schijnt dat ik in mei in de herkansing kan wanneer het echte rabarberseizoen losbarst. Tot die tijd moet dus ook het lokale kaboutervolk elders een heenkomen zoeken bij woeste voorjaarsstormen zoals die van vandaag.

woensdag 4 februari 2015

Op zoek naar een sprankje voorjaar

Ineens is het dan toch echt winter geworden. Met waterkoude ochtenden, onverwachte hagelbuien, spekgladde tegels en ijskristallen op de ramen. Mooi als je niet naar buiten hoeft en achter glas een verfijnd kopje thee kan drinken met Lana del Rey's Summertime Sadness zachtjes aan.
Maar dat zit er vaak niet in: kinderen moeten naar school en geld moet verdiend. Dus trek ik iedere dag een andere combinatie van mijn meest warme kleren aan met daaroverheen mijn afgedragen, maar o zo comfortabele winterjas en tot slot zwarte, nep leren handschoenen in een totaal andere stijl. Maar who cares...ik moet op de fiets naar de metro en winterhanden zijn al helemaal niet hip.

Om mezelf moed in te spreken, roeptoeter ik in mijn hoofd dat het al bijna maart is. Maart! De maand waarin soms al een dagje de deuren open kunnen en je rond 3 uur met een glas rose in je hand in de zon kan denken dat het echt al bijna zomer is.
Ondertussen speur ik de natuur af op zoek naar de eerste tekenen van het voorjaar. Hier en daar wat dappere toefjes sneeuwklokjes en een enkel puntje krokus. Meer is het nog niet.
Tot ik vanochtend - na zo'n onverwachte ijsregen met vlijmscherpe hagelsteentjes - ineens een bloeiende Japanse kers tegenkwam. Voorjaar! Ik werd er helemaal vrolijk van maar kreeg thuis van mijn zoons een pre-puberaal "Fijn mam, bak een taart en vier het" naar mijn hoofd. En dat is precies wat ik gedaan heb. 


Blozende appeltjestaart met brie

Nodig voor twee kleine lunch-taartjes
240g bloem
1/2 theelepeltje zout
125g koude ongezouten roomboter in blokjes
1 eitje
3 eetlepels ijskoud water

1 puntje brie 
2 Hollandse, rode appeltjes (bijvoorbeeld Elstar)
1 eetlepel bruine suiker
een handje pecannoten
3 takjes verse tijm
granaatappelpitjes 
peper en zout

Voeg in een grote kom de bloem en het zout samen. Gooi de boter erbij en wrijf dit met je vingers net zolang door de bloem totdat je een kruimelig mengsel hebt. Maak hier een kuiltje in en voeg ei en water toe. Nu goed kneden totdat het een mooi compact deeg wordt. In plasticfolie gewikkeld in de koelkast (of buiten, maak gebruik van die winter!) minstens een uurtje koud laten worden.

Verwarm de oven voor op 200 graden en zoek vast naar de blindbakbonen of die zak met rode, droge linzen die je vorige zomer in een vlaag van "ik ga vanaf nu gezond eten en heel dun worden-koorts" hebt gekocht. Als het deeg lekker koud is, neem je het uit de koelkast, verdeel je het in twee stukken en rol je het mooi dun uit op een ingebloemde tafel. Niet te dik en niet te dun.
Plaats het deeg voorzichtig over de ondertussen ingevette bakvormen en prik wat gaatjes in de deegbodem met een vork (eventuele overtollige randjes deeg afsnijden of decoratief opfrommelen). Leg hierover een stukje bakpapier en daarover de bonen of linzen. Zet de vormpjes vervolgens 15 minuten in de oven totdat de randjes bruin beginnen te worden. Haal dan de bonen en het papier eraf en zet de taartjes nog 5 minuten terug.


En dan nog een keer die oven open: haal de taartjes er uit en beleg ze met de brie, de bruine suiker, de pecannootjes, wat vers gemalen peper en zout en tot slot de plakjes appel (had ik al verteld dat je daar het klokhuis uit moet halen en ze vervolgens in plakjes moet snijden? Nee? Bij deze dan. Maar niet schillen, anders blozen de appeltjes niet meer!).
Ik heb geprobeerd ze dakpansgewijs neer te leggen maar helaas zaten ook hier tussen droom en daad wetten en praktische bezwaren. Gelukkig kan je na het afbakken (nog tien minuutjes in de oven terugzetten, opletten dat de taartjes niet te bruin worden) een en ander camoufleren met de blaadjes tijm en granaatappelpitjes.

Warm zijn ze het lekkerst!!