Posts tonen met het label Hollands licht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hollands licht. Alle posts tonen

donderdag 20 oktober 2022

Herfstdagen

Half oktober, maar het gedicht November van J.C. Bloem dwaalt al dagen door mijn hoofd. 


November

Het regent en het is november.
Weer keert het najaar en belaagt
Het hart, dat droef, maar steeds gewender,
Zijn heimelijke pijnen draagt.

[...]

Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan den tijd:
Altijd november, altijd regen,
Altijd dit lege hart, altijd.

J.C. Bloem




zondag 16 januari 2022

Zoetwater mosselen

Aan de oever van de Rotte vond ik deze schelpen van zoetwater mosselen. Ze lagen in de modder, half verscholen tussen het hoge gras. Toch vielen ze op omdat de parelmoeren binnenkant prachtig glansde in het zachte grijze licht. Thuis spoelde ik voorzichtig de laatste modder weg .

En in het licht van de lamp, de mosselschelpen (nr. 18), 15 januari 2022

Voor deze foto heb ik natuurlijk licht (van links) gecombineerd met het licht van mijn telefoon (van boven). Hierdoor glanzen ze extra, maar worden ze ook iets "platter" wat een schilderachtig effect heeft. Normaal schiet ik alleen met natuurlijk licht, maar een zinnetje uit de roman 'Het spel meespelen' (Play it as it lays) van Joan Didion bracht me op dit experiment: "[...] en in het licht van de lamp, de mosselschelpen."  

dinsdag 3 augustus 2021

Frans kommetje met pruimen

Een oud kommetje bedoeld voor een café noir bij het ontbijt, gevuld met paarse pruimen. Die moeten nog wel even rijpen want voorlopig zijn ze keihard en zuur. Gelukkig genoeg kopjes in huis om tot die tijd de koffie uit te drinken. 

Frans kommetje met pruimen (nr. 15), 3 augustus 2021


vrijdag 25 juni 2021

De eerste papavers

Er zijn veel dingen voor het eerst in de tuin deze dagen: de pioenen, de erwtjes, een egeltje en nu ook de papavers. Toen we hier net woonde, was de tuin één ondefinieerbare plantenbrij. Grote groenblijvende heesters die groter groeiden dan je voor mogelijk hield en daartussen allerlei kleine plantjes en struikjes zonder naam of herkenbaar blad of bloem. Veel hebben we er gelijk uit gehaald, maar met sommige struiken lukte dat niet direct. Achterin de tuin voorbij het terras met grindtegels hielden we een kale vlakte met twee grote stronken en heel veel onkruid over. En daartussen, middenin de eerste zomer, een prachtige papaver. 

De eerste papavers (nr. 8), 25 juni 2021

Ik was daar zo blij mee dat ik de zaadbollen die aan het einde van de zomer verschenen daar waar ik kale aarde zag kwistig heb leeg gestrooid. Nu hebben we overal papavers, en dit zijn eerste twee die bloeien. Gered uit de regen, met de glimmende druppels nog op hun bloemblaadjes en tegen een donkere achtergrond. 

woensdag 23 juni 2021

De asperges

Witte asperges met een zacht eitje en gesmolten boter. Heerlijk, maar we eten ze zelden. Te veel gedoe, voornamelijk door de noodzaak van secuur geschil. De laatste keer dat ik het zelf probeerde, waren alleen de topjes goed. De rest van de asperges bestond vooral uit taaie draden. Gelukkig heb ik een schoonmoeder die uit Limburg komt en die tegenwoordig geschilde asperges brengt, en alles wat daar lekker bij is. Hoe ik ze moet koken, vertelt ze ook. Van YouTube zegt ze, maar ik vermoed de zuidelijke genen. Vandaag bracht ze de laatste van het seizoen.

De asperges (nr. 6), 23 juni 2021

Ik fotografeerde ze vlak voordat ze de pan in gingen. Naar een schilderij van Lucie van Dam van Isselt uit 1944. 

dinsdag 22 juni 2021

Erwtjes

Ergens tussen de tweede en derde online vergadering loop ik de keukendeur uit en ga op het bankje in mijn moestuin zitten. De wind op mijn gezicht, het geruststellende geluid van de merel die zijn kinderen roept voor een hapje worm of aardbei en het gerommel van de schilder op zijn steiger. Dan valt mijn oog op de erwtenplanten iets verderop. Tussen de witte bloemetjes zijn de eerste dikke peultjes zichtbaar. Ik pluk er eentje, breek hem open en met de zoete grassmaak van de eerste erwtjes van het seizoen ben ik weer even helemaal in het nu.

Erwtjes (nr. 5), 22 juni 2021


Erwtjes

Toen ze een meisje was van zeventien
moest ze een hele middag erwtjes doppen 
op het balkon. Ze wou de teil omschoppen.
Ze was heel woest. Ze kon geen erwt meer zien.

Toen ging ze maar wat dromen, van geluk,
en dat geluk had niets van doen met erwten
maar met Liefde en de Grote Verte.
Dat dromen hielp. Het scheelde heus een stuk.

En dat is meer dan vijftig jaar terug.
Ze is nu zeventig en heel erg fit
en altijd als ze 's middags even zit,
mijmert ze, met een kussen in de rug. 

over geluk en zo...een beetje warrig,
maar het heeft niets te maken met de Verte
en met de Liefde ook niet. Wel met erwten,
die komen altijd weer terug, halsstarrig.

Ach ja, zegt ze. Ik kan mezelf nog zien,
daar in mijn moeders huis op het balkon,
bezig met erwtjes doppen in de zon.
Dat was geluk. Toen was ik zeventien. 

Annie M.G. Schmidt
In: Weer of geen weer (1954)